Tegen de herfstblues helpt in huis vooral drie dingen, en geen van drieën kost veel. Meer kleine lichtjes in plaats van die ene grote lamp, een geur die zegt dat je thuis bent, en een vast ritme dat je door de donkere avonden trekt. Hieronder staat per onderdeel wat je vanavond al kunt doen.
Vriendin schreef gisteren een stuk over de herfstblues met als boodschap dat je het seizoen niet hoeft te bevechten, maar er binnen iets van kunt maken. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alleen wil ik het wat concreter, want “maak het gezellig” is makkelijk gezegd op een grijze dinsdag om vijf uur.
Licht
- Doe de grote lamp uit. Vriendin noemt het ook, en het is de snelste winst die er is. Drie kleine lampjes op verschillende hoogtes maken een kamer warmer dan een plafondlamp die alles plat verlicht. Een leeslamp bij de bank, iets op de vensterbank en een lampje in de kast is al genoeg.
- Kies warmwit. Staat er ergens nog een koele lamp in, vervang hem. Het verschil zie je dezelfde avond.
- Zet een lamp op een tijdschakelaar. Thuiskomen in een huis waar al licht brandt, voelt heel anders dan in het donker naar het knopje zoeken.
- Werk met kaarsen in lagen. Een paar hoog, een paar laag, niet allemaal op een rij. Hoe je dat opbouwt, schreef ik eerder uit bij kaarsen slim combineren.
- Pak overdag het daglicht. Gordijnen helemaal open, en werk of lees zo dicht mogelijk bij het raam. Hangt er een spiegel, zet hem dan tegenover of naast het raam, zodat hij het beetje licht dat er is nog eens de kamer in kaatst.
Geur
- Zet iets in de oven. Een schaal appels met kaneel of een pan appelmoes van valappels maakt het hele huis herfstig, en je hebt er ook nog iets aan.
- Laat een pannetje zachtjes pruttelen. Een laagje water met sinaasappelschil, een kaneelstokje en een paar kruidnagels op het laagste vuur. Geen spray nodig. Blijf wel in de buurt en vul bij, want droogkoken ruikt precies andersom.
- Lucht elke ochtend even. Tien minuten de ramen open. Een warm huis voelt pas echt knus als het niet bedompt is.
- Verschoon je bed op vrijdag. Vriendin noemt schone lakens als klein geluk, en ik ben het daar volledig mee eens. Doe het aan het eind van de week, dan begint je weekend in een bed dat naar wasmiddel en buitenlucht ruikt.
Ritme
- Plan je buitenmoment bij daglicht. Vriendin zegt het mooi, twintig minuten frisse lucht is ook gewoon winst. Ik loop het liefst in de lunchpauze, want na vijven is het straks al donker.
- Zet elke week iets op de kalender. Een koffie met een vriendin, een spelletjesavond, een recept dat je nog nooit maakte. Iets om naar uit te kijken maakt een grijze week korter.
- Richt één hoekje in voor jezelf. Een stoel bij het raam, een lamp erachter, een plaid over de leuning en een stapeltje boeken. Het hoeft niet groot te zijn. Een vaste plek waar je gaat zitten als het buiten guur is, maakt de overgang van werkdag naar avond veel duidelijker, zeker als je thuiswerkt en de keukentafel ook je bureau is.
- Maak een avondritueel. Bij ons is dat een plaid, thee en een uur zonder telefoon. Een pan stoofschotel op het vuur hoort er in het weekend bij.
Je hoeft ze echt niet allemaal te doen. Kies er drie, uit elk blok één, en kijk na een week wat het met je avonden doet. Geen van deze dingen verandert het weer. Maar ze veranderen wel hoe het voelt om binnen te zijn, en dat is in oktober al heel wat. Merk je dat het meer is dan een dipje, dat je wekenlang somber blijft en nergens meer zin in hebt, praat er dan met je huisarts over. Dat is geen herfstblues meer, en daar helpen kaarsjes niet tegen.






