Het wordt nu om een uur of acht donker en dan komen de kaarsen weer tevoorschijn. Bij de meeste mensen, ik was er zelf een van, gaan ze in een rijtje op de vensterbank of met zijn drieën op de salontafel. Good Housekeeping vroeg het aan mensen die kaarsen maken voor hun brood en die noemen dat combineren van geur en licht candlescaping. Het klinkt als een verzonnen woord, maar er zitten een paar principes onder die meteen verschil maken.
Begin bij één geur, niet bij vijf
De grootste fout is meerdere geurkaarsen naast elkaar aansteken. Lindsay Silberman van Hotel Lobby Candle zet daarom één geurkaars op de salontafel en omringt die met ongeurde stompkaarsen of dinerkaarsen. Je krijgt zo meer licht zonder dat er vijf geuren met elkaar vechten, en dat is precies waar een kamer benauwd van gaat ruiken.
Laura Cler van LINNEA werkt met één ankergeur die door het hele huis terugkomt, telkens net iets anders. Kristen Pumphrey van P.F. Candle Co. begint graag met een zachte, houtige basis zoals sandelhout, omdat daar makkelijk op te bouwen valt. Blijf je binnen dezelfde geurfamilie, dus houtig bij houtig of zoet bij zoet, dan bijt het niet.
Een tip die ik meteen heb overgenomen, ruik de kaarsen eerst samen voordat je ze samen aansteekt. Houd de potjes naast elkaar bij je neus in de winkel. Dat scheelt een avond met hoofdpijn.
Hoogte doet meer dan aantal
Licht op verschillende hoogtes maakt een kamer zachter dan licht op één hoogte. Een kaars op de salontafel geeft een lage gloed, dinerkaarsen op tafel of op een dressoir trekken het licht omhoog en een kaars op het nachtkastje geeft die flakkering tegen de muur waar het hele idee mee begint. Silberman noemt precies die combinatie, en het werkt in een Nederlandse woonkamer net zo goed als in een Amerikaanse.
Voor een gewone avond zijn twee kaarsen in de kamer waar je zit genoeg. Heb je mensen over de vloer, dan zet je meer lichtpunten neer, ook in de gang en in het toilet. Dat laatste is een klein gebaar dat opvalt.
Ledkaarsen mogen er wat de makers betreft gewoon bij, en dat verbaasde me. Pumphrey zet ze in de open haard voor een instant effect en Silberman gebruikt ze op plekken waar een echte vlam onhandig is. De goede exemplaren zijn inmiddels moeilijk van echt te onderscheiden, en in een huis met kleine kinderen of een kat die overal op springt is dat geen compromis maar een oplossing.
Welke geur in welke kamer
Niet elke kamer wil dezelfde geur. In de badkamer werkt iets groens of fris, in de keuken en de eetkamer citrus of rozemarijn omdat die niet met kooklucht vechten, en in de slaapkamer juist iets zwaars zoals sandelhout, jasmijn of patchoeli. De woonkamer is de plek waar je met de seizoenen meegaat.
Voor de herfst raden ze aan niet meteen naar pompoen te grijpen. Combineer iets zoets met iets houtigs of kruidigs, met kruidnagel of kaneel erin, want dan blijft het geen suikerbom. Silberman zit dit najaar op leer, en dat vind ik een goede tip voor wie herfst wil zonder dat het hele huis naar een marktkraam ruikt. Betaalbare geurkaarsen en stompkaarsen liggen bij de Action, de HEMA en het Kruidvat, en juist de ongeurde stompkaarsen waarmee je het licht opbouwt hoeven echt niets te kosten.
De saaie maar belangrijke kant
Meer kaarsen betekent meer vlammen, en oktober is niet toevallig de maand waarin de brandweer hierover begint. Houd kaarsen uit de buurt van gordijnen, boeketten met droogbloemen en de stapel post op het dressoir, zet ze op een stabiele ondergrond die niet warm wordt en blaas ze uit als je de kamer uit gaat. Een kaars op een vensterbank met een gordijn erlangs is de klassieker die elk jaar terugkomt.
Kort de lont in tot ongeveer een halve centimeter voordat je aansteekt, want een lange lont walmt en zet je plafond zwart. En laat een nieuwe geurkaars de eerste keer lang genoeg branden tot de hele bovenlaag vloeibaar is, anders brandt hij de rest van zijn leven een putje in het midden. Meer over de rest van de risico’s staat in ons stuk over brandveiligheid in de woonkamer.





