De Belastingdienst heeft inmiddels ongeveer 1 miljard euro teruggegeven aan mensen die minder aan hun vermogen verdienden dan de fiscus had ingeschat. Dat staat in een bijlage bij de laatste stand-van-zakenbrief aan de Tweede Kamer, waarover NU.nl deze week berichtte. Er kwamen tot nu toe bijna 700.000 formulieren binnen, en de operatie is nog lang niet klaar.
Dat laatste is het deel waar je iets aan hebt. De Belastingdienst hield er eerder rekening mee dat er zo’n 1,5 miljoen bezwaren zouden komen. Er zijn er nu dus nog geen half miljoen inhoudelijk behandeld, en de termijnen lopen deels nog. Met andere woorden: als je dacht dat je te laat was, is dat waarschijnlijk niet zo.
Waar dit geld eigenlijk vandaan komt
De Staat hief jarenlang belasting over een fictief rendement in box 3. De overheid schatte zelf in wat je vermogen had opgeleverd, bijvoorbeeld bij een aandelenpakket of spaargeld, en hief daar belasting over. In werkelijkheid verdienden mensen daar soms veel minder aan, en dat verschil kun je nu terugvragen.
Dat kan over de jaren 2017 tot en met 2024. Sinds juli 2025 is het mogelijk om aan te geven wat je werkelijke rendement was. Voor de hele operatie is 16,6 miljard euro geraamd en die loopt naar verwachting tot 2030. De Belastingdienst gaat er daarbij van uit dat de wet werkelijk rendement vanaf 2028 ingaat, terwijl het kabinet daar nog geen duidelijkheid over heeft gegeven. Dat is een aanname met een prijskaartje, en het verklaart waarom de communicatie hierover al jaren rommelig aanvoelt.
Zo controleer je of dit over jou gaat
Voor de meeste huishoudens is dit onderwerp niet relevant, en dat mag ook gezegd worden. Box 3 gaat over vermogen boven het heffingsvrije bedrag: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, uitgeleend geld. Wie alleen een eigen huis met hypotheek heeft en een spaarrekening voor de kapotte wasmachine, komt er niet aan toe. Toch is de groep die er wel mee te maken heeft groter dan mensen denken, bijvoorbeeld na een erfenis of na de verkoop van een huis.
De controle zelf kost een half uur, en gaat zo:
- Zoek je aanslagen inkomstenbelasting op over de jaren 2017 tot en met 2024. Die staan in Mijn Belastingdienst, ook als je destijds op papier aangifte deed.
- Kijk of er in die aanslag een bedrag in box 3 staat. Staat er niets, dan is dit onderwerp voor dat jaar niet van toepassing en ben je klaar.
- Zet daarnaast wat je dat jaar werkelijk aan rendement had: de rente op je spaarrekening, het werkelijke resultaat van je beleggingen, de huur die je ontving. Dat rendement is wat het was, ook als het negatief uitpakte.
- Ligt het werkelijke rendement lager dan wat de fiscus voor jou had aangenomen, dan is er reden om het formulier in te vullen waarmee je je werkelijke rendement opgeeft.
- Controleer per jaar of de termijn nog loopt. Dat is het punt waar de meeste mensen op afhaken, en het is precies waar het geld wegloopt.
Op de website van de Belastingdienst staat per jaar welke termijn geldt en welk formulier erbij hoort. Uit het bericht van NU.nl blijkt hoe belangrijk die stap is: van de bijna 700.000 ingediende formulieren zijn er 150.000 niet inhoudelijk behandeld, bijvoorbeeld omdat ze te laat of ongeldig waren. Dat is meer dan een op de vijf, en dat is geen fout van de Belastingdienst maar een gemiste kans van de indiener.
Let op de deadlines
De bezwaartermijn voor het jaar 2021 loopt volgens het bericht pas eind dit jaar af. Voor de jaren daarna liggen de deadlines in de jaren na 2026. Dat betekent dat 2021 nu het jaar is waar haast bij zit, en dat je de rest met iets meer rust kunt bekijken. Wie oude aanslagen wil opzoeken, doet er goed aan dat in één keer voor alle jaren te doen, want het opzoekwerk is dan grotendeels hetzelfde.
Wat ik ervan vind
Er zit iets scheefs in een regeling waarbij de overheid erkent dat ze te veel heeft geheven, en de burger vervolgens zelf een formulier moet invullen om het terug te krijgen. Wie het overzicht heeft, een boekhouder kent of gewoon goed is in dit soort dingen, krijgt zijn geld terug. Wie de brief opzij legt omdat het ingewikkeld lijkt, krijgt niets. Dat verschil heeft weinig met rechtvaardigheid te maken en veel met administratieve weerbaarheid.
Tegelijk is dat geen reden om het te laten liggen. Als je twijfelt of dit over jou gaat, is de kortste weg om één aanslag erbij te pakken en te kijken of er een bedrag in box 3 staat. Staat er niets, dan ben je binnen vijf minuten klaar en weet je het zeker. Staat er wel iets, dan is de kans reëel dat de rest van dat half uur zich uitbetaalt. Dat is een verhouding tussen moeite en opbrengst die je in het huishoudboekje zelden tegenkomt.








