Nu het ’s avonds weer vroeg donker is, gaan bij mij de kaarsen elke avond aan. En eerlijk is eerlijk, de geurkaarsen van de Action staan er vaak tussen. Ze zijn makkelijk mee te nemen als je toch boodschappen doet, en de keuze is dit najaar groot. Maar een goedkope kaars die na drie avonden een diep gat in het midden heeft, is geen koopje. Daarom zocht ik uit welke soorten er nu in het assortiment zitten en hoe je ze zo laat branden dat je er lang plezier van hebt.
De aanleiding is een artikel van Good Housekeeping over veelgemaakte kaarsfouten, dat op 28 september verscheen. Kaarsenmakers leggen daarin uit dat de manier waarop je een kaars brandt net zoveel uitmaakt als de geur zelf. Dat geldt voor een dure designkaars, en misschien nog wel meer voor een kaars uit de budgetwinkel.
Welke geurkaarsen de Action nu heeft
Wie op de website van de Action zoekt op geurkaars, vindt op dit moment ruim twintig varianten. Een deel is van de Action zelf, daarnaast liggen er kaarsen van Air Wick, Glade, Treewick en Candra. De maten die de winkel opgeeft, zeggen veel over hoe je ze het beste gebruikt.
| Soort | Formaat volgens de Action | Waar hij goed past |
|---|---|---|
| Geurkaars in blik | 6,5 cm doorsnee, 4,5 cm hoog | Toilet, badkamer of om een geur eerst te proberen |
| Geurkaars in glas | 8 tot 9 cm doorsnee | Slaapkamer of een klein kamertje |
| Geurkaars met deksel | 10 tot 12,5 cm doorsnee | Woonkamer, en het deksel houdt stof en geur binnen als hij uit is |
| Brede geurkaars | 13 cm doorsnee, 8 cm hoog | Grote woonkamer of open keuken |
| Treewick met houtlont | Diverse maten, ook een grote pot van 500 gram | Wie van een knisperend vlammetje houdt |
| Air Wick en Glade | Rond de 7 tot 8 cm doorsnee | Wie een bekende geur wil die je ook als luchtverfrisser kent |
Mijn ervaring is dat je voor de woonkamer beter een grote kaars kunt nemen dan twee kleine. Een klein potje ruikt lekker als je ernaast zit, maar in een ruime kamer met een open trap valt de geur snel weg. De blikjes zijn juist ideaal om een nieuwe geur uit te proberen voordat je een grote pot koopt waar je misschien spijt van krijgt.
Waarom een kaars gaat tunnelen
Tunnelen is het bekende probleem waarbij de lont zich een weg naar beneden brandt en er rondom een dikke rand was blijft staan. Die was gebruik je nooit meer, dus je gooit een flink deel van je kaars weg. Volgens de experts in Good Housekeeping begint dat bijna altijd bij de allereerste keer branden. Blaas je de kaars te vroeg uit, dan onthoudt de was dat smalle kuiltje, en elke volgende keer smelt hij alleen nog binnen die grens.
Bij goedkope kaarsen merk je dat sneller, omdat de lont niet altijd perfect op de maat van de pot is afgestemd. Des te belangrijker is het om die eerste brand goed te doen. Een brede pot heeft daarbij meer tijd nodig dan een smal glaasje, want de gesmolten laag moet een grotere afstand afleggen voordat hij de rand bereikt.
Zo laat je een geurkaars langer branden
- Lees het etiket. Kijk onderop of op de zijkant naar de brandinstructies en de maximale brandtijd. Die gaan altijd voor een algemene regel.
- Neem de eerste keer ruim de tijd. Steek de kaars pas aan als je er een hele avond bij bent, en laat hem branden tot de hele bovenkant vloeibaar is. Ga daarbij nooit over de maximale brandtijd van het etiket heen.
- Knip de lont elke keer bij. Good Housekeeping noemt een lont van ongeveer zes millimeter. Een te lange lont geeft een hoge, flakkerende vlam en roet op het glas. Een lontknipper is handig, maar een schone nagelschaar werkt ook als de kaars helemaal is afgekoeld.
- Zet hem uit de tocht. Niet op de vensterbank bij een open raam en niet naast de deur. Tocht laat de vlam naar een kant trekken, waardoor de kaars scheef opbrandt en gaat roeten.
- Doof de vlam zonder te blazen. Met een kaarsendover spat er geen was en krijg je minder rook. Gebruik nooit water, want hete was kan dan opspatten.
- Zet een scheve lont recht. Is de lont naar de rand gezakt, duw hem dan direct na het doven voorzichtig terug naar het midden, zolang de was nog vloeibaar is.
- Stop voordat de bodem in zicht komt. Laat onderin ruim een centimeter was staan. Het glas wordt anders te heet.
Een kaars met een houtlont, zoals die van Treewick, vraagt een iets andere aanpak. Zo’n lont knip je korter dan een katoenen lont, anders wordt de vlam te groot of gaat hij juist sputteren. Breek of knip het verbrande zwarte stukje er voor elke brand af.
Zo blijft de geur beter hangen
Een geurkaars ruikt pas echt als de gesmolten laag breed genoeg is. De geur zit in de was en komt vrij zodra die vloeibaar wordt, dus een kaars die maar net een kuiltje heeft gesmolten, geeft weinig af. Ook daarom loont het om hem niet na tien minuten weer uit te blazen.
Verder helpt het als je de kamerdeur dicht houdt en niet tegelijk met twee heel verschillende geuren werkt. Vanille naast een frisse linnengeur geeft eerder hoofdpijn dan sfeer. Wil je meerdere kaarsen neerzetten, combineer dan een geurkaars met gewone stompkaarsen zonder geur. Hoe je die lagen van licht slim opbouwt, lees je in mijn stuk over kaarsen combineren voor herfstsfeer.
En zet de deksel erop als de kaars uit is en afgekoeld. Dan blijft er geen stof op de was liggen en houdt de kaars zijn geur langer vast. Ook bewaren doe je het liefst koel en donker, niet op een zonnige vensterbank, want warmte en licht laten de was verkleuren en de geur vervliegen.
Veilig branden blijft het belangrijkste
Het klinkt als een open deur, maar laat een brandende kaars nooit alleen en zet hem op een vlakke, hittebestendige ondergrond, uit de buurt van gordijnen, kinderen en huisdieren. Een glazen pot kan behoorlijk heet worden, zeker als hij bijna op is. Ik zet mijn kaarsen daarom altijd op een onderzetter of een klein dienblad, dan is ook je tafel beschermd.
Met die paar gewoontes haal je veel meer uit een goedkope kaars dan je zou denken. Een tunnel is bijna altijd te voorkomen, en een kaars die gelijkmatig opbrandt, ruikt ook beter. Zoek je nog meer ideeën om het thuis knus te maken nu de dagen korter worden, kijk dan eens bij zo maak je het thuis gezellig tegen de herfstblues.






