Er is een moment in het leven van vrijwel elke vrouw die ik ken waarop ze een schoonmaakschema maakt. Maandag de badkamer, dinsdag stofzuigen, woensdag de keukenkastjes, en dan een weekend waarin alleen de was nog hoeft. Het ziet er op papier prachtig uit. Bij mij heeft zo’n schema het nooit langer dan drie weken volgehouden, en na jaren van eerlijk kijken naar waarom denk ik niet meer dat dat aan mij lag.
Het schema gaat namelijk uit van een aanname die in bijna geen enkel huishouden klopt: dat vuil zich netjes over de week verdeelt. Dat doet het niet. Een huis wordt niet elke dag een beetje viezer, een huis wordt vies in schokken. Er komen zes kinderen na een regenachtige voetbalwedstrijd binnen, er valt een pan soep om, er logeert iemand een week, of er is een verjaardag geweest en dan staat de hele keuken vol. Op andere dagen gebeurt er domweg niets. Wie op donderdag de badkamer poetst omdat het donderdag is, poetst een badkamer die er sinds dinsdag niet anders uitziet, en laat ondertussen de hal liggen waar wel iets gebeurd is.
Dat is de eerste reden waarom het wringt. De tweede is vervelender en gaat over hoe je je erbij voelt. Een schema is een belofte aan jezelf, en een belofte die je niet nakomt begint te knagen. Ik ken genoeg vrouwen die met een schuldgevoel gaan slapen omdat de ramen op zaterdag hadden gemoeten en het zondag is geworden. Dat schuldgevoel doet niets voor de ramen. Het maakt het huishouden alleen van iets praktisch tot iets waarin je kunt falen, en dat is precies de omkering waar we volgens mij vanaf moeten. Het idee dat een opgeruimd huis ook een opgeruimd hoofd oplevert klopt in mijn ervaring alleen zolang het opruimen zelf geen bron van stress wordt.
En dan is er nog iets wat zelden hardop gezegd wordt. Een schema is gemaakt door de versie van jezelf die op zondagmiddag aan de keukentafel zat met een kop koffie en een stift. Die versie had energie, overzicht en een lege agenda. De versie die het schema moet uitvoeren is de vrouw van woensdagavond kwart over acht, die net twee kinderen in bed heeft gekregen en morgen om zeven uur weg moet. Dat zijn twee verschillende mensen, en de eerste maakt structureel plannen voor de tweede zonder haar iets te vragen.
Wat wel bepaalt hoe vuil een huis wordt
Als de kalender het niet is, wat dan wel? In mijn huis zijn het vier dingen, en ik vermoed dat het in de meeste huizen op hetzelfde neerkomt. Hoeveel mensen er over de vloer komen. Of er dieren zijn. Of er die dag echt gekookt is of alleen iets opgewarmd. En het weer, want in oktober loopt er meer naar binnen dan in juni, hoe vaak je ook veegt.
Geen van die vier laat zich op een dag van de week vastpinnen. Ze laten zich wel aan een gebeurtenis koppelen, en dat is precies wat er bij mij voor in de plaats is gekomen. Niet dinsdag stofzuigen, maar stofzuigen na een dag waarop de tuindeur open heeft gestaan. Niet zaterdag de badkamer, maar de douche uitnemen op de ochtend dat er toch al gepoetst wordt omdat er visite komt. Het klinkt losser dan een schema en dat is het ook, maar het gebeurt vaker, omdat de aanleiding er is en de handeling logisch aanvoelt.
Wat daar bovendien bij helpt: je hoeft niets bij te houden. Ik heb jarenlang lijstjes afgevinkt en ik ben er zeker van dat het bijhouden van het lijstje me meer tijd en meer hoofdruimte kostte dan de badkamer zelf. Een schema is werk boven op werk. Het huis wordt er niet schoner van dat je hebt opgeschreven dat het schoon moet.
Waar het schema wel werkt
Ik wil het niet mooier maken dan het is, want er zijn huishoudens waar een schema echt het verschil maakt. In een huis met meerdere volwassenen die de taken verdelen is een schema geen dwangbuis maar een afspraak, en zonder afspraak doet degene met de laagste vuilgrens uiteindelijk alles. Dat is niet eerlijk en het gaat vrijwel altijd mis. Ook voor wie moeite heeft met beginnen kan een vaste dag de aanzet zijn die anders nooit komt: niet omdat de dag klopt, maar omdat er dan tenminste iets gebeurt.
Het verschil zit hem in de vraag wat het schema is. Een afspraak tussen mensen, of een maatstaf waarlangs je jezelf legt. Het eerste is nuttig. Het tweede is een manier om je slecht te voelen over een huis dat er prima bij staat. En ik merk aan de gesprekken die ik voer dat de meeste vrouwen die me over hun schema vertellen het als het tweede gebruiken, ook als ze het als het eerste bedoeld hadden.
De ruimte die vrijkomt
Toen ik het schema losliet ging er iets onverwachts gebeuren. Het huis werd niet viezer. Wat er wel veranderde is dat de tijd die ik aan het huishouden besteed nu ergens uit voortkomt in plaats van dat hij is ingeroosterd. Ik dweil de keukenvloer omdat er iets gemorst is, en dan doe ik meteen de hal mee omdat de emmer er toch staat. Dat kost een kwartier waarvan ik van tevoren niet wist dat het zou komen, en het voelt achteraf nergens naar. Een ingeroosterd kwartier voelt als een verplichting, ook als het exact hetzelfde kwartier is.
Die ruimte gaat ergens naartoe. Bij mij naar de avonden waarop ik na het eten gewoon blijf zitten in plaats van op te staan omdat er nog iets op de lijst stond. Het is dezelfde balans tussen huishoudelijke taken en ontspanning waar zoveel over geschreven wordt, maar dan bereikt door er iets weg te halen in plaats van er iets bij te bedenken.
Wie het schema toch wil houden, zou ik één aanpassing aanraden: haal de dagen eruit en laat de taken staan. Een lijst van wat er ongeveer eens per maand moet gebeuren is een geheugensteun, en daar is niets mis mee. Zodra er een dag naast staat wordt het een agenda, en een agenda die je niet haalt gaat zich tegen je keren. Dat is ook wat ik bedoel wanneer ik zeg dat je vooral moet de kleine overwinningen moet omarmen: een schone gootsteen op een dinsdagavond telt, ook als er verder niets van de lijst af is.
Een huis is geen project met een opleverdatum. Het is een plek waar iets gebeurt, en waar dus ook iets opgeruimd moet worden. Hoe dichter je manier van schoonmaken bij dat gebeuren blijft, hoe minder je erover hoeft na te denken. Dat is voor mij uiteindelijk het enige criterium dat overblijft.





