Zodra de verwarming weer aan gaat, begint het bij mij altijd met kleine dingen. Een kriebel in mijn keel als ik wakker word, lippen die sneller droog aanvoelen, en statische haren als ik een trui uittrek. Het is de bekende winterlucht in huis. En dan sta je bij de Action voor een schap met kleine witte apparaatjes die een wolkje damp de kamer in blazen, en denk je, misschien helpt dit. Ik heb uitgezocht wat zo’n apparaatje wel en niet kan, en wanneer je beter een echte luchtbevochtiger neemt.
Waarom de lucht in huis nu zo droog wordt
Het KNMI legt het in een uitleg over droge binnenlucht helder uit. Koude buitenlucht kan maar weinig waterdamp bevatten. Komt die lucht via het raam of het ventilatierooster binnen en warm je hem op, dan blijft de hoeveelheid vocht gelijk, maar kan de warme lucht veel meer bevatten. De relatieve luchtvochtigheid zakt daardoor flink.
Het KNMI rekent een voorbeeld door. Buitenlucht van 0 graden met een luchtvochtigheid van 70 procent bevat 3,4 gram waterdamp per kubieke meter. Warm je die op tot 20 graden, dan houd je een luchtvochtigheid van ongeveer 19 procent over. Dat is erg droog. Hout van meubels en vloeren kan daardoor gaan krimpen of scheuren, en ook je huid en haar drogen sneller uit.
Een prettig binnenklimaat ligt volgens het KNMI tussen de 40 en 60 procent. De Amerikaanse milieudienst EPA houdt een iets lagere bandbreedte aan, van 30 tot 50 procent. Waar het om gaat, is dat je niet ver onder de 40 zakt en ook niet structureel boven de 60 uitkomt, want dan krijg je condens op de ramen en kans op schimmel.
Hoeveel water er eigenlijk de lucht in moet
Dit is het deel dat mij het meest verraste. Om die kamer van 19 naar 50 procent te krijgen, moet er volgens het KNMI 5,6 gram water per kubieke meter bij. In een gemiddelde woonkamer van 100 kubieke meter is dat ruim een halve liter water. En omdat je ook ventileert, wordt een deel van dat vocht steeds weer naar buiten afgevoerd. Een bevochtiger moet dus de hele dag blijven doorwerken.
Met dat getal in je hoofd kijk je anders naar het schap. De Action verkoopt onder meer de aromadiffuser van Deluxa, een keramisch apparaatje met warm licht dat via usb werkt. Op de productpagina staat een inhoud van 150 milliliter, en hij wordt verkocht als geurverspreider, niet als luchtbevochtiger. Dat is ook precies waar hij goed in is. Hij zet een fijne nevel met een paar druppels geurolie de kamer in en geeft een gezellig lichtje op de kast.
Als bevochtiger voor de woonkamer is zo’n reservoir simpelweg te klein. Het is nog geen derde van wat er volgens de KNMI-rekensom nodig is, en dat verspreid over een paar uur. Op een nachtkastje in een kleine slaapkamer merk je misschien iets, maar de luchtvochtigheid in een woonkamer krijg je er niet mee omhoog. Zie hem dus als sfeerlicht met geur, en dan is het een leuk ding om te hebben.
Waar je op let bij een echte luchtbevochtiger
Het Good Housekeeping Institute in de Verenigde Staten test elk jaar luchtbevochtigers en zette in een nieuwe koopgids op een rij waar het verschil zit. Daar haalde ik de punten uit die voor een Nederlands huis het meest tellen.
- Kijk naar de uitstoot per dag, niet naar de tank. Fabrikanten noemen hoeveel liter het apparaat per dag de lucht in brengt. Dat getal zegt meer dan de grootte van het reservoir. Met de halve liter van het KNMI als ondergrens zie je snel welk apparaat bij jouw kamer past.
- Ultrasoon is stil, maar vraagt om zacht water. Deze apparaten maken met een trillend plaatje een koude nevel. Ze zijn zuinig en geschikt voor de slaapkamer. Bij hard kraanwater kan er wel een wit stoflaagje op je meubels komen. Gedestilleerd of gedemineraliseerd water voorkomt dat.
- Een verdamper zie je niet, maar hoor je wel. Die blaast lucht door een nat filter. Er komt geen zichtbare wolk en minder kalk de kamer in, maar je hoort een ventilator en het filter moet af en toe vervangen worden.
- Warme damp liever niet bij kleine kinderen. Een model dat water kookt, kost meer stroom en heet water en stoom kunnen brandwonden geven. Good Housekeeping raadt het af in kinderkamers of waar huisdieren hem kunnen omstoten.
- Een ingebouwde vochtmeter is goud waard. Een apparaat dat zichzelf uitzet als de ingestelde waarde bereikt is, voorkomt dat je ’s nachts doorschiet naar een vochtige slaapkamer. Heeft het apparaat dat niet, koop dan een losse hygrometer.
Schoonmaken is het halve werk
Stilstaand water in een warme kamer is een plek waar bacteriën en schimmel graag groeien. Good Housekeeping adviseert om een bevochtiger minstens een keer per week grondig schoon te maken, en de EPA gaat nog verder met elke drie dagen schoonmaken en elke dag het reservoir legen, drogen en opnieuw vullen. Bijvullen bovenop oud water is dus geen goed idee. Witte schoonmaakazijn helpt tegen kalkaanslag, en een model met een brede opening die in de gootsteen past, scheelt veel gedoe.
Doe er geen geurolie in, tenzij de fabrikant zegt dat het apparaat daarvoor gemaakt is. Daar is de diffuser voor. Zo heb je allebei een eigen taak, en dat vind ik eigenlijk ook de mooiste oplossing. Een echte bevochtiger voor het binnenklimaat, en het lampje van de Action voor de sfeer.
Eerst meten, dan kopen
Voordat je iets aanschaft, zou ik een paar dagen een hygrometer in de woonkamer en de slaapkamer zetten. Zit je rond de 40 procent, dan is er weinig aan de hand en helpt een plantenbak of de was af en toe binnen drogen misschien al genoeg. Zakt het richting de 30 of lager, dan is een goede bevochtiger een prima aankoop. En heb je juist last van beslagen ramen en een muffe geur, dan zit je aan de andere kant van het probleem. Daarover schreef ik eerder in het stuk over de vochtvreter van de Action.
Wie in een kleine kamer een ventilatorkachel laat draaien, merkt de droogte trouwens extra snel. Ook daar helpt een vochtmeter om te zien of het aan de lucht ligt of gewoon aan de warme luchtstroom op je gezicht.








